Letters zijn tekens waar woorden mee samengesteld kunnen worden.

Deze tekens zijn zodanig vormgegeven dat hun functie altijd behouden moet blijven wil een tekst leesbaar zijn.

Walter Maas zoekt in deze tekens naar eenvoud, balans en spanning om zo tot een autonome vorm te komen. In deze zoektocht gebruikt hij deze tekens in eerste instantie nog in een leesbare vorm. Gaandeweg echter, verdwijnt de leesbaarheid en eisen ze een zelfstandige vorm op.

Maas ontdoet het teken van zijn oorspronkelijke functie en plaatst het op het vlak als een autonoom gegeven.

Hierbij gaat het voor hem niet meer om leesbaarheid of bruikbaarheid, maar om de kracht die het ontstane beeld oproept.

Het  is onjuist om hier van letters, in concrete zin, te spreken: in reminiscentie zijn ze nog aanwezig maar de kunstenaar heeft er een eigen beeldtaal van gemaakt, die zijn eigen bestaansrecht heeft.